Diagnostiek, behandeling
Deze nieuwe richtlijn geeft eenduidige adviezen om trombose met mogelijk levenslange ernstige complicaties bij kinderen met een hartaandoening te voorkomen. Ook introduceert de richtlijn directe orale anticoagulantia (DOAC’s) als nieuwe behandeloptie.
Trombose is een veelvoorkomende complicatie bij kinderen met een (aangeboren) hartaandoening. Het kan levensbedreigend zijn en langdurige gevolgen hebben voor de gezondheid en kwaliteit van leven van het kind. Ter preventie krijgen veel kinderen antistollingsmedicatie, maar dit vraagt om een zorgvuldige balans tussen effectiviteit en veiligheid. Deze nieuwe richtlijn Preventie van trombose bij kinderen met een hartaandoening biedt houvast met een landelijk geharmoniseerd preventiebeleid, waar ook DOAC’s een rol in krijgen.
Wat staat in de richtlijn?
De richtlijn beschrijft verschillende situaties waarin trombosepreventie cruciaal is en bevat aanbevelingen voor:
- DOAC’s als nieuwe behandeloptie
- Antistollingsbeleid bij shunts (Glenn, aorto-pulmonaal)
- Antistollingsbeleid bij Fontan-circulatie
- Antistolling bij kinderen met cardiomyopathie
- Antistollingsbeleid bij percutane VSD- en ASD-sluitingen
- Antistollingsbeleid post stenting en kunstkleppen
Hoe is deze richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep met vertegenwoordigers vanuit de NVK, Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT) en Patiëntenvereniging Aangeboren Hartafwijkingen (PAH). Daarnaast las een klankbordgroep mee met vertegenwoordigers vanuit de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), Stichting Kind & Zorg en Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH).
Datum: 21-4-2026